09 juli 2009

De hartverwarmende boys van Bunde

Haai. Stil hier hè? Kweet het. Komt door mijn, door mezelf opgelegde om niet helemaal in de klus- c.q. verhuisstress te verdrinken, blogpauze. En die bevalt goed moet ik zeggen. De druk is vooralsnog te hebben, ondanks het als een volleerd acrobaat tien balletjes de lucht in houden. Nu echter toch een kleine onderbreking van mijn schrijftime-out. Mijn oren toeten namelijk nog na van een heel bijzondere avond. Ik was gevraagd om namens de NCFS een cheque in ontvangst te nemen. Een grote, vette cheque met heel veel geld. Voor onderzoek naar CF.

Het zat namelijk zo. Afgelopen juni stierf provinciegenoot en CF-collega Nick. Nick was 23 en is vrij plotseling overleden aan de gevolgen van CF. Tot vlak voor zijn dood voetbalde hij nog mee in het eerste team van VV Bunde en het was zijn grote wens om ooit nog eens een potje tegen MVV te spelen. Toen dat niet meer mogelijk bleek hebben enkele vrienden van Nick besloten om zijn wens, zij het in een iets ander jasje, toch in vervulling te laten gaan. Namelijk een benefietwedstrijd tegen MVV organiseren en daarmee zoveel mogelijk geld voor de NCFS ophalen. En zo ontstond de Nick Ramaekers Memorial.

Pas vorige week woensdag werd bekend dat vanavond de wedstrijd plaats zou vinden. Blijkbaar presteren de boys uit Bunde het beste onder druk, want in een week tijd stampten ze een evenement uit de grond waar je u tegen zegt. Het was werkelijk fantastisch. Voor aanvang van de wedstrijd droeg Nick's moeder een gedicht voor dat werd besloten met een applaus voor haar zoon. Tijdens de rust werd ik geïnterviewd door dj Roger the Dodger van locale radio-omroep Falcon Radio. Met mijn hart in mijn keel vertelde ik over CF en de noodzaak van geld voor meer onderzoek. Na afloop van de door MVV gewonnen partij trad een keur aan Limburgse artiesten, geheel belangeloos, op. Tijdens de act van Huub Adriaens beklom Nick's complete elftal het podium om samen 'Kiek neet um' te zingen. Ook ik werd op de bühne ontboden en kreeg al sjoenkelend een grote, blanco cheque plus stift in mijn handen geduwd. Oud-voetballer en een van de initiatiefnemers Robert van der Weert (die ik, voetbalnitwit, niet kende, shame on me!) trok me behaaglijk tegen zich aan en fluisterde het voorlopige bedrag in mijn oor dat ik aanstonds als gelegenheids-Gaston-van-de-Postcodeloterij op de cheque mocht invullen. Verbluft knipperde ik met mijn ogen en slikte met moeite een dikke brok in mijn keel weg. Lieve hemel. Het bleef nog lang onrustig in Bunde...

20 juni 2009

Kleur je dag

Daar had ik dus nog nooit van gehoord. Dat je de dagen van de week kunt koppelen aan een kleur. Of getallen. Of muziek. Het verschijnsel heeft zelfs een naam: synesthesie.

"Voor mij geldt blauw als de kleur voor zaterdag," zei Sjoerd gedecideerd. Gekleed in zijn lichtblauwe polo, donkerblauwe jeans en dito sokken. "Blauw straalt rust uit en dat is precies waar ik naar snak op zaterdag. Dan kom ik tot rust van de hectische werkdagen ervoor."

"Vroeger al koppelde ik zaterdag aan zwart!" sprak A. monter. "Niet omdat ik depressief was hoor. Gewoon omdat ik dat een mooie kleur vond."

Het kraakte in mijn hersenpan. In de denkbeeldige, reusachtige apothekerskast die zich onder mijn schedeldak bevindt trok ik verwoed alle laatjes open. Op zoek naar de dagen van de week en een kleurenwaaier. 'Maandag grijs' was de enige associatie die na stug rommelen opdoemde. En dat mijn kleurenpalet van donker naar licht verkleurt gedurende de week vordert. Volgens die redenatie zal zaterdag dan wel geel zijn en zondag wit. Of zo. Meer kon ik er niet van maken.

Blijkbaar behoor ik overduidelijk niet tot de happy few intellecten die zich mogen scharen onder de synestheten. Ach, ben ik ook eens een keer gewoon doorsnee. En da's eigenlijk best fijn, voor de afwisseling!

19 juni 2009

Verwen-Irèn-Dag

Vandaag was voor mij. Een verwen-Irèn-dag.
Omdat ik daar ontzettend behoefte aan had. Even een dagje met alleen mezelf op pad.
Omdat ik het ook best wel verdiend had. Vond ik zelf. En Sjoerd ook. En mijn moeder ook wel, denk ik.

Ik verwende mezelf met dat ene waar ik ondanks de inspanning ontzettend van ontspan. Winkelen. Zonder een doel de stad in gaan en maar zien waar ik mee thuiskom. Zalig.
Na afloop van mijn relaxpeditie kan ik stellen dat ik echt het aller zielst gelukkig word van schoenen kopen. En die hoeven niet eens voor mezelf te zijn. Leren schoenen hebben op mij hetzelfde effect als chocolade op de gemiddelde vrouw (behalve op mij dan, want ik hou eigenlijk helemaal niet van chocola). Ze bezorgen me een onvervalste endorfineroes. Machtig.
Helemaal in mijn sas zeulde ik de ganse middag met een extra grote en behoorlijk zware plastic tas rond. Erin zaten twee paar schoenen. Voor Sjoerd. Omdat hij zelf geen tijd heeft om naar de stad te gaan en schoenen te kopen. Of iets anders. De arme ziel. "Papa centjes dienen!" scanderen wij haast dagelijks, sinds we deze legendarische zin uit de mond van niemand minder dan Mariska Bauer hoorden tijdens de reallife soap van onze knuffelkamper en zijn familie. Verse schoenen dus, voor Sjoerd. In geurend leer, met glimmende neuzen, ingepakt in krakend papier en voorzien van stijve veters. En met de belofte dat ze gewoon retour mochten als ze niet goed waren. As if. Natuurlijk waren ze goed. Eigenlijk perfect, al zeg ik het zelf. "Dit is precies wat ik in gedachten had!" jubelde Sjoerd terwijl hij door de kamer danste. Kijk, dan ben ik gelukkig. Meer heb ik niet nodig. Al waren dat enige vestje, die kekke blouse, perfecte broek en schattige riem een prettige bijkomstigheid.

De projectleider van onze aannemer had overigens ook in de smiezen dat het verwen-Irèn-dag was. Opgetogen wist hij me te melden dat de mensen van Essent of Enexis of hoe die club ook mag heten aanstaande maandag gaan beginnen met de nutsvoorzieningen. En dat betekent dat ons huis definitief in week 28 wordt opgeleverd. Ieieieieieieie!
Tot slot plaats ik als bonusmateriaal nog een leuk fotootje van onze vloer. Die Echt Heel Gaaf wordt. Sprak zij, die tot voor kort eigenlijk niet van tegelvloeren hield.

17 juni 2009

De groene sjtoets

Precies op tijd leverde ik Rover af bij de hondenkapper. Drie nieuwe möpkes wachtten op ons, in de tot salon omgebouwde, iets te krappe, garage. Elke keer als ik Rover daar naar toe breng tref ik nieuwe trimsters aan. Meestal zijn het stagiaires, zo begreep ik eens van de eigenaresse. Dat moet dus betekenen dat er theoretisch gezien legio hondentrimsters zijn. Alleen kom ik ze in het wild nooit tegen. Niemand die mij bij een eerste kennismaking enthousiast mededeelt dat ze gediplomeerd hondenkapster is. Dus. Waar hangen ze uit?

In de tussentijd begaf ik me naar de bouw. Een wachtend mens moet wat, immers. Nu de bouwhekken weg zijn en de deuren na werktijd op slot, kun je alleen nog maar overdag een kijkje aan de binnenkant nemen. And inside is where it all happens! Tot mijn grote vreugde zag ik dat ze begonnen waren met het leggen van de tegelvloer op de benedenverdieping. Het tegelwerk op de wc was helemaal klaar en in de badkamer stond het bad al op z'n plek. Oh een echt bad. Ik denk dat ik daar nog het blijst mee ben. Minitieus inspecteerde ik het spuitwerk nog eens. Het zat er echt mooi op. De spuiter had goed werk geleverd. Zelfs iets té goed, bleek toen ik onze slaapkamer inliep. Want de muur die wij van plan waren te beplakken met chique zwart-wit gestreept behang was ook gespoten. Net als de muur in de logeerkamer waar ik dottig PiP-behang voor had uitgekozen. Dju.

De grootste verrassing van de dag was echter mijn gekortwiekte hond. De plukdames hadden hem van top tot teen onder handen genomen. Zelfs zijn schaamhaar was verdwenen! Vakkundig weggeknipt, althans dat hoop ik, en niet geplukt. Maar het venijn zat hem in zijn geestige pluimstaart. Die zag namelijk groen. Ik zweer het. De hond met de groene sjtoets. Hoe is het mogelijk...

15 juni 2009

Een kijkje in mijn hoofd

Waar het mijn therapietrouw en medicijngebruik betreft kan ik eindeloos met mezelf in discussie gaan.

Over 's ochtends sprayen.
'Nou Irène. Je ontbijt zit achter je kiezen. Wat dacht je ervan?'
"Hoezo? Waarvan?"
'Dat wat elke ochtend moet gebeuren. Dat met dat blauwe apparaatje. Dat wat vroeger zoveel lawaai maakte maar nu niet meer? Dat wat vroeger zoveel tijd in beslag nam maar nu niet meer? Dat wat essentieel is in je CF-behandeling.'
"Ja. Zo. Eerst even dit aflezen."
'Ach ja. En dan daarna weer iets anders aflezen. Ik ken het. Ik ken jou. Hup! Vooruit met de geit. Ga je gif mengen!'
"Jahaa. Zohoo."
'Nee nu! Je weet dat het beter is om tussen twee spraybeurten in zo'n twaalf uur te hebben. Met dit tempo lig je er vannacht pas om twee uur in!'
"Pff, dat is dan zo. Ik ga het echt zo doen."
'Wat houdt je nou precies tegen?'
"Blèch, het is gewoon stom!"
'Dat snap ik. Maar in feite is het hetzelfde als gewoon achter de computer zitten. Je ademt wat, je leest wat, je muist wat, je tikt wat. Alleen zit er een kwartiertje lang iets in je mond waar nevel uitkomt. Is dat nou zo erg?'
En dan sta ik op en ga ik aan de gang.

Over mijn pillen innemen voor of na het eten.
'Hé, je eten is op en je hebt je pillen nog niet gepakt! Waarom heb je ze niet vantevoren ingenomen?
"Ik had geen zin in een voorgerecht."
'Pak ze nu dan even, voor je het vergeet. Kom je ook niet in de knel met je avondportie waar minstens twee uur tussen moet zitten.'
"Maar dan moet ik opstaan. Helemaal naar de keuken lopen. Nieuw water pakken. In die doos graaien. Ik zit net lekker uit te buiken."
'Morgen op de wc zit je pas écht goed uit te buiken als je ze nu niet snel pakt!'
"Ach ach ach, zo'n vaart zal dat allemaal niet lopen hoor."
'Dan spreek ik dit met je af. Als jij morgen buikpijn hebt moet je voor straf je strakste broek aan met eronder nog een knelpanty en is die rose, lekker zachte, losse, meerekkende joggingbroek a no go area.'
En dan sta ik op en ga ik aan de gang.

Aan hetzelfde rijtje oeverloos zelfgezwam kan nog worden toegevoegd: 's avonds sprayen, mijn spraycupjes afwassen, mijn spraycupjes afdrogen, een nieuw infuusnaaldje inbrengen en wat dies meer zij.
Echt, soms is het best vermoeiend om mij te zijn...

14 juni 2009

Ik leer het ook nooit

Ik had het ook niet moeten doen. Een paar weken geleden gekscherend zeggen dat het eigenlijk best meevalt met de grootte van zijn velgen.

Ik had het ook niet moeten doen. Grinnikend naar de wielkassen wijzen nadat we 29 pakken laminaat in de auto hadden geladen en zeggen dat hij nu wel heel lekker 'tief' ligt.

Het is dus gewoon mijn eigen schuld dat er een nieuwe missie is ontstaan. Sjoerd's missie naar Grotere Velgen En Een Verlagingsset...

13 juni 2009

De zaak bil

"In die broek heb je een klein kontje hè?" merkte hij tijdens het koken zomaar op. Ik stond niet eens uitgebreid met mijn derrière voor zijn gezicht te zwaaien maar plukte staand naast hem noest de veldsla. Dus waar dit nou in een keer vandaan kwam?

"Hoe bedoel je dat?" vroeg ik licht verbaasd en sjorde intussen mijn afgezakte broek wat omhoog. "Nou gewoon, dat je bilpartij in deze broek nogal uh, compact is." Nog steeds snapte ik niet waar hij naar toe wilde. Het klonk niet als een compliment maar nog minder als een belediging. Hij constateerde een feit en wilde dat graag met me delen. Maar het bleef raar, vond ik.

Na een kort moment van bezinning liet ik de kom sla en de cherrytomaatjes op de snijplank voor wat ze waren en hief mijn handen theatraal omhoog. "Wat wil je nou eigenlijk precies zeggen?" vroeg ik fronsend. "Ja, nou, dat die broek vorig jaar beduidend strakker om je lijf zat. En dat ik dát mooi vond en dít ook nog steeds. Maar dat ik hoop dat je blijft zoals je nu bent en goed voor jezelf blijft zorgen. Wat mij betreft hoef je niet nog meer af te vallen."

Grijnzend keek ik hem aan. Mijn Sjoerd, uniek in zijn soort. Wat een schat.
(Het gaat overigens maar om twee kilootjes in een jaar tijd hoor. En blijkbaar verdwijnen die bij mij als eerste aan de achterkant. Waar toch al niet zoveel zat. En heb ik nu dus echt een afgeplatte oude wijvenreet...)

11 juni 2009

En luidkeels jodelde ik van joehoe

Na mijn banklegerige moeder de hele regenachtige middag gezelschap te hebben gehouden - ik gaf haar en de hond spijs en drank, bewaterde de planten, ruimde de vaatwasser leeg, we keken een film en deden samen een dutje: best relaxt eigenlijk zo'n sportblessure - toog ik naar de supermarkt. Met kleine slaapoogjes en warrig haar, maar dat interesseerde me niet. Als cadeautje aan mezelf besloot ik vantevoren even langs de bouw te gaan. Eens kijken of het spuitwerk al tegen de muren en plafonds zat.

De bouwplaats was veranderd van een droge zandvlakte in een zompige modderpoel. Quasi teleurgesteld constateerde ik dat het in onze nieuwe woonplaats dus ook gewoon regent. Tss, zo stond het niet in de folder! Eenmaal binnen werd die teleurstelling compleet weggevaagd. Ik waande me in een zee van helder wit. Overal waar ik keek zag het wit. Zo mooi. En op slag wist ik het zeker. Het was een goede beslissing geweest om te kiezen voor spuitwerk in plaats van vliesbehang of vinylbehang of hoe al die plastic shit met zo'n gezellig reliëfje ook heet. Ik zou dan toch het idee hebben dat ik in een Playmobilhuis woonde.

Net toen ik in de keuken wat dromerig voor me uit stond te staren en fantaseerde over eigenhandig in elkaar gedraaide dinertjes bij kaarslicht hoorde ik een luide knal. Oei, dat was de voordeur die met een ferme klap werd dichtgesmeten! Op een drafje begaf ik me naar het kantoor. Daar stond een raam open en dat was de enige plek waar mijn gegil hoorbaar zou kunnen zijn voor de buitenwereld. En dus jodelde ik luidkeels van joehoe joehoe. In de hoop dat mijn eerste nacht in het nieuwe huis niet nu al was aangebroken. Om over mijn hulpeloze moeder en haar rotte been nog maar te zwijgen. Ternauwernood draaide een shagrokende installatiemonteur zijn hoofd om en zag mijn hulpbehoevende gezwaai. Wat gemorrel met een stuk gereedschap later stond ik weer buiten.
Een mens maakt wat mee...

10 juni 2009

So much for a dull wednesday

"Oh, het wordt dus weer zó'n week," dacht ik nog toen ik beschamend laat wakker werd vanm... Zo'n na-de-vakantie-week waarin ik tot niks kom. Niet vooruit te branden. Zo'n week waarin ik 's nachts veel te laat naar bed ga en overdag alleen maar loop te lamballen. Laverend tussen de computer en de computer.

Ik zat dan ook nog met de slaap in mijn ogen achter de, juist, computer toen de telefoon ging. Mijn moeder. Met de mededeling dat het niet zo goed ging. Dat ze net weg was uit het ziekenhuis in Ede en nu op weg naar dat van Roermond. Want haar linker achillespees was afgescheurd. Ja, dat krijg je er ook van. Als belegen vrouwen die al in geen jaren meer op het veld gestaan hebben worden gevraagd om asje- asje- asjeblieft mee te doen met het jaarlijks volleybaltoernooi van het werk. Dan liggen dit soort ongelukken op de loer. Al tijdens de eerste wedstrijd, ze stond amper vijf minuten in het veld, gaf de pees de geest. Het ging nogal luid van ratsj en vlak daarna stortte mijn moeder ter aarde. De volgende tien minuten vloekte ze de hele sporthal bij elkaar, aldus een collega. Kijk, da's mijn moeder! Vloeken in het hol van de leeuw. De diagnose was rap gesteld. Haar voet kon wel nog omhoog maar zodra ze hem omlaag wilde bewegen ontstond er een deuk onder haar kuit. De orthopeed in het Edense ziekenhuis wilde juist zijn armen gaan scrubben om de losse eindjes aan elkaar te knopen toen mijn moeder ingreep. Dat het infrastructureel gezien wellicht handiger was om dat in Roermond te laten doen. En daar had ze een punt.

Anderhalf uur later parkeerde ik mijn bolide op de parkeerplaats van de EHBO. Fris gewassen, met geföhnd haar en voorzien van een subtiel laagje make up. Voor sprayen was geen tijd meer. Het was het een of het ander. En ja, dan kies ik toch voor de apetijtelijke optie. Mijn moeder zat er iets minder hüpsch bij, in haar rolstoel en met het linkerbeen tot onder de knie in het gips. Het was wachten op het oordeel van de orthopeed. Of en wanneer er geöpereerd ging worden. Na een poosje kwam hij, met het hoofd omlaag en de blik op zijn schoenen gericht, binnengeschuifeld. Wat is dat toch met veel artsen? Dat schuchtere, dat contactgestoorde? Waar in hemelsnaam zijn de George Clooney's en John Carter's gestationeerd? De grijsaard murmelde wat over diagnose en behandeling en stelde voor mijn moeder ter plekke te helpen. Onder plaatselijke verdoving, opdat ze met een gerepareerde pees en een nieuw gipsen been gelijk weer naar huis kon. "Ik heb het niet zo op spuiten!" miepte ze. Haar doorgaans vrij grote mond verdween als sneeuw voor de zon en om er nog een schepje bovenop te doen opperde ik of ze dan meteen wat hechtdraad door haar mondhoeken konden halen. Opdat de verhouding mond - hart wat beter in balans kwam. Ik kreeg niet eens een por met een kruk.
























Even later lag ze op haar buik op de snijtafel. Haar been zat verstopt onder blauwe lakens en haar van witte knokkels voorziene handen omklemden knijpend die van mij. Ik vond het wel aandoenlijk. Hoe vaak heeft mijn moeder niet zo met mij gezeten? Het was natuurlijk hartstikke rot voor haar, maar ik vond het fijn dat ik nu eens iets soortgelijks terug kon doen. De mannelijke collega die haar de hele dag had geëscorteerd (en zich vreselijk schuldig voelde omdat uitgerekend hij enkele weken geleden smekend op zijn knieën voor haar had gelegen om haar over te halen zich aan te sluiten bij het sterrenteam) zat ondertussen braaf naast ons op een stoel. We grapten wat, we ginnegapten wat en ik vroeg of mijn moeder bij thuiskomst ook kersenvlaai met cola beliefde. Net als vroeger. Inmiddels lag haar been in volle glorie open en vroeg de gortdroge geneesheer of we soms een kijkje wilde komen nemen. Zo'n kans kregen we immers niet dagelijks, stelde hij. En dus hingen we niet veel later boven mijn moeder's rampgebied. Een interessante anatomische les volgde. "Kijk, hier zie je de losse eindjes," sprak hij met het lillend vlees in zijn operatiehaakjes. We mochten nog net niet zelf een hechtinkje zetten, zo werden we erbij betrokken. Wel mocht mijn moeder's collega andere klusjes opknappen. Namelijk de stand van de operatielamp verstellen "iets meer naar rechts, op de wond" en de gsm van de arts beantwoorden "zeg maar dat ik over twintig minuten klaar ben". Vrij apart. Ik fotografeerde er intussen lustig op los. En bedacht me dat we voor het behangklusje op zoek moeten naar een alternatief. Nog vrijwilligers?

09 juni 2009

Always look on the orange side of life

Aaarrrggghhh!!! *GIL* en *CHILL*
Adem in. Adem uit. Ontspan.
Denk hotstone massage. Visualiseer yin en yang.
Bedaar mens. Kom tot jezelf. De wereld vergaat niet van een vertraagde zonnebril en wat opleverprobleempjes van het nieuwe huis.

Hoewel...

De opticien belde. Zelf. Om te melden dat dat ene verrekte brillenglas wéér kapot was gegaan toen ze het wilden slijpen. Met excuses maar het ging dus nog wel een weekje langer duren. Als tussenoplossing bood hij aan om zolang de verkeerde glazen er toch maar weer in te zetten. Kon ik in elk geval vooruit tot het inmiddels derde goede glas binnen en geslepen was. Dat vond ik best meedenkend. Of zou hij via telepatische gaven mijn plaatsvervangende hoofdpijn, van de scherpe zon én het gezeik, gevoeld hebben?

De projectleider van onze aannemer belde. Dat de opleverdatum op losse schroeven staat. Niet doordat hij en zijn jongens achter liggen op schema. In het geheel niet. Alles loopt volgens planning. Deze week is de spuiter er, volgende week komt de schilder en daarna hebben zij nog een weekje nodig voor de afwerking. Alleen die fucking nutsvoorzieningen. Daar zit een kink in de kabel. Een of andere voor god spelende niet nader te noemen stroomklojo is bezig de zaak opzettelijk te vertragen. Mierenneuken over de lengte van pijpjes en azijn zeiken over in het huis aanwezige maar niet in het kozijn hangende meterkastdeuren. Te flauw voor woorden. Helaas een bekend probleempersonage binnen het bouwwereldje, aldus de aannemer. Maar ze moeten het er wel mee doen. Getuige ons dertien minuten en twintig seconden durende telefoongesprek zat het hem ook hoog, want normaal is hij nooit zo lang van stof. Volgende week vrijdag hebben we opnieuw contact en hopelijk is er dan toch goed nieuws.

Hé, 't is net gestopt met regenen. Dan ga ik zo mijn nieuwe zonnebril ophalen. Met kinky oranje glazen. Daarmee is het schier onmogelijk om de zaak niet zonnig te bekijken!

08 juni 2009

Plassen met Pavlov

Dát was even leuk. Zit ik hier nietsvermoedend en nog immer ongedoucht te sog-gen (waar de 's' in dit geval staat voor strijk, in plaats van studie - the more things change, the more they stay the same), hoor ik ineens de voordeur open gaan. Blijkt het Sjoerd te zijn! Ja, wie anders ook? Want verder heeft niemand een sleutel van ons huis. Sjoerd dus, die op doorreis was van het zuiden naar het noorden en verschrikkelijk moest plassen. En dat liever op zijn eigen kleinste kamertje deed dan in dat van een onbestemd snelwegtankstation.

Na een zoen voor mij en een aai over de bol van Rover ging hij er met gezwinde spoed vandoor. Ik kon deze verrassing absoluut waarderen. Alleen is ons Pavlovhondje nu volstrekt de draad kwijt. Hij is namelijk in de veronderstelling dat het al zes uur is en dus brokjestijd...

07 juni 2009

Naar de film in m'n winteruniform

Eindelijk, het is bijna zomer. Die zomer waar we met z'n allen zooo lang naar hebben uitgekeken. Die zomer vol warme beloftes. Van urenlang zon, gebruinde benen, wapperende rokjes en sokkenloze slippers. En wat doet de temperatuur? Die gaat gewoon lekker zakken. Richting vrieskou. Mensenkinderen dit is toch niet meer normaal?! Dat ik begin juni nog steeds in mijn dikke, bijbelgordeliaanse, zwarte kousen rondloop. Met sokken eronder en knielange laarzen erover. Da's mijn winteruniform! Ik heb het geprobeerd hoor, met blote voeten in kittige ballerina's stug de junikou trotseren. Maar na drie dagen blauwbekken en het risico op wat-niet-allemaal was ik het beu. Houdoe zomergarderobe, welkom winterkloffie. Inclusief magnetronsloffen en fleecedekentje op de bank. Het is te gek voor woorden.

Tot overmaat van ramp - van mijn humeur dan, want de tuin kon het eigenlijk goed gebruiken, wat indiceert dat het de afgelopen tijd best warm moet zijn geweest maar op miraculeuze wijze uit mijn korte termijngeheugen is weggevaagd, zou dit een eerste aanwijziging zijn voor dementie? - ging het vanmiddag ook nog regenen! Naaa, hoe verzinnen ze het zeg? Om er toch een fijne middag van te maken, want wij zijn niet voor één gat te vangen, pikten we een filmpje. Angels and Demons. En 's middags naar de bioscoop gaan is relaxt zeg! Geen klierende prepubers die drukker zijn met hun vibrerende hormonen en alles wat een hartslag benenden de zestien heeft dan met de getoonde beelden op het reusachtige beeldscherm. Geen ellenlange rijen met kauwgom smekkende, naar rook ruftende medemensen voor de kaartjeskassa's waar er minstens vier van zijn maar altijd slechts twee geopend. Gewoon rustig een plaatsje zoeken, geen popcorn uit je nek hoeven pulken en eenvoudig wegzakken in het verhaal.

Het verhaal naar het boek van Dan Brown, dat ik enkele jaren geleden las, maar waarvan de inhoud me niet meer helemaal helder voor de geest stond. Het was iets met de deeltjesversneller van het Cern, een uitgesneden oogbal, een hoop in het rood gestoken kardinalen, een duizelingwekkend aantal kerken, natuurlijk een rode draad van symboliek geïnterpreteerd door Robert Langdon-met-het-Mickey-Mouse-horloge-waar-ik-er-ook-een-van-heb (bewaar ik voor een andere keer!) en een nogal spectaculair einde in de vorm van een oerknal met een parachutesprong. Of zoiets. Ik kon het dan ook niet helpen om elke verhaallijn op het witte doek te vergelijken met die in het boek. Alleen wist ik dus niet meer precies hoe het zat. En dat maakte het er dan weer niet helderder op. Toch vond ik de film leuk. Leuker dan zijn voorganger, The Da Vinci Code. Het verhaal van zowel het boek als de film sprak me meer aan.

06 juni 2009

De verjaardagshond

Na jaren masseren, slijmen, jammeren, kneden en soms zelfs lichtjes chanteren is het me gelukt. Sjoerd is om! We krijgen er een hondje bij. En het mooie is dat hij uiteindelijk zelf de kogel door de kerk heeft gejaagd. Hij wil hem voor zijn verjaardag. Wordt vervolgd op 23 juni aanstaande dus...

05 juni 2009

De ongevraagde adviezen van een health freak

Ik was zó moe dat ik geen pap meer kon zeggen. Moe van het relaxen. Moe van de week.
Dit was precies wat ik nodig had. Een beetje zwemmen, voortgestuwd worden door de stroomversnelling in het buitenbad, langdurig poedelen in het bubbelbad, onder begeleiding floaten met je partner. Dat laatste klinkt verstandelijk gehandicapter dan het is hoor. Het is gewoon met een schuimrubberen rol in je nek in het water liggen en dan door de ander liefkozend gewiegd worden. Van voor naar achter en van links naar rechts. Heel ontspannen, heel cappuccino.

De hotstone massage was verrukkelijk! Alleen jammer dat mijn masseur van het type health freak was. Op zijn semi hippe gezondheidssandalen en met zijn goedbedoelde bakerpraatjes. Omdat ik nogal hoofdpijn kreeg van het met mijn kop verkrampt liggen in zo'n gat op een opgerold handdoekje lag ik wat ongemakkelijk te schurken. Eerst bood hij me een extra handdoekje aan en ging daarna lopen emmeren over die hoofdpijn. Of ik dat vaker had. Of ik soms spanning had. Nee gast, ik lig gewoon kut. Er bevinden zich her en der hete stenen op mijn rug en de vorm van mijn hoofd correspondeert niet met dat gat waar het zogenaamd in moet rusten. Dat is even wennen. Maar dat zei ik natuurlijk niet. Ondertussen ging hij flink in de weer met pepermuntolie. Ledemaat na ledemaat werd verwend. Eerst alleen met zijn handen, daarna met die hete stenen. Lekker zeg ik je! Bij mijn schouderbladen aangekomen constateerde hij dat het flink vast zat. Ik zat voor mijn werk zeker veel achter de computer. Rechts naast me hoorde ik gegniffel. Het was echt belangrijk om tussendoor wat beweging te zoeken hoor, snotterde hij boven mijn rug. Hij was een beetje verkouden, mijn kneedkoning. En naar eigen zeggen had ík hem aangestoken, toen ik een kuchje uitstootte. Yeah right. Na 75 minuten zat het erop. We werden naar huis gestuurd met het advies om veel water de drinken. Om al die afvalstoffen kwijt te raken. Daar zou die hoofdpijn misschien ook van kunnen komen. Het nemen van een saunaatje was ook beslist een aanrader. Ik vroeg me perplex af of hij soms blind was (geworden) voor al dat afschuwelijke, loshangende vlees en vel. Sjoerd en ik hadden net, na een huiveringwekkende confrontatie met bejaarde borsten, bedacht dat ze grenzen zouden moeten stellen aan het gebruik van de sauna. Bezoekers indelen in leeftijdscategoriën en kilogrammen. Tot slot moesten we de trap nemen in plaats van de lift. Was echt veel gezonder, hoor! Ik kon alleen maar denken aan mijn tjokvolle blaas die op springen stond en de hypo die rondraasde in mijn lijf. De lift: my ass.

Ook genieten was de sunshower. Het futuristische apparaat zag eruit als de teletijdmachine van professor Barabas. Een ovale, rechtopstaande cabine gevuld met zonnelampen. Machtig! Met schuin boven je handige vasthoudbeugels voor je handen, opdat ook de plekjes die normaal nooit bruin worden - de zijkant van je benen, je zijen en de binnenkant van je armen - nu wel aandacht kregen. In elf minuten tijd werd je op een prettige manier gebraden. Precies lang genoeg om het geen pijn te laten doen. En zolang het geen pijn doet, is het ongevaarlijk. Dunkt me. Het resultaat viel een beetje tegen. Maar voor optimale bruining zul je er denk ik op geregelder basis in moeten. Dus lieve ouders. Ik weet nog wel een mooi speeltje om jullie eigen home spa mee uit te breiden. Tussen de sauna en de jacuzzi is best nog plek voor zo'n zonnecapsule. Gewoon in plaats van die vooroorlogse zonnehemel. Dan regel ik wel een partijtje platte stenen en wat glibberolie. Hoeven we helemaal niet meer naar Valkenburg!

04 juni 2009

Vakantiegevoel

Heremetiet. We hebben nou al bijna een week vakantie, maar het echte bijbehorende gevoel is nog niet bepaald over me (ons) heen gekomen. Dat gevoel van pas wakker worden als je uitgeslapen bent. Tijdens het oppeuzelen van de bammetjes eens bedenken wat de rest van de middag brengen gaat. Een vrijwel lege kalender, agenda en vooral hoofd.
Feitelijk zijn we sinds afgelopen zaterdag al op sjouw. Lekkere sjouw hoor, begrijp me niet verkeerd. Alleen maar bezig met leuke dingen. Of nuttige zaken. En die moeten nou eenmaal ook gebeuren. Zoals de garage uitmesten en een volle kar troep bij de stort afleveren. En in alle vroegte opstaan om naar het ziekenhuis te rijden. En daar dan meer tijd in wachtruimtes doden dan in de spreekkamer van de respectievelijke artsen. Maar alles voor het goede doel én met buitengewoon gewenst resultaat. Dus mij hoor je echt niet klagen.

Toen ik de keuze had om vanmiddag lekker naar d'n Doug te gaan of mee naar de bank voor het bespreken van oninteressante pensioenprietpraat, koos ik toch mooi voor de eerste optie. Liever high van tig heerlijke geurtjes dan duizelig van alle pensioenperikelen. Bij thuiskomst was ik op een prettige manier afgedraaid. Sjoerd had intussen de bankzaken geregeld, het huis gestofzuigd, zijn haar laten knippen en de witgoedklusjesman zijn gang laten gaan. Diezelfde handyman die laatst kwam voor de kapotte wasmachine. Alleen kon hij nu aantreden voor de vaatwasser. Doordat ik afgelopen vrijdag de klep van het apparaat nogal pisnijdig had dichtgesmeten was de programmaknop er zomaar afgezwiept. Och ik ben ook zo sterk, zeker als ik giftig ben. En ik was gifitg die vrijdag. Ik ben net een man dan. Mijn boosheid uit ik vaak nogal fysiek. Je wilt niet weten wat ik vroeger tijdens boze buien allemaal gesloopt heb. Een handdoekenrekje op de badkamer, zo'n afschuwelijke dressboy voor je kleren, een ontiegelijk lelijk vest van mijn moeder. Zo'n groen, gehaakt geval. Perfect om met de schaar iets grotere haakgaten in te wrikken. In de hoop dat ze het daardoor niet meer aan kon. Maar ze zag het niet! En dus ging ze met een kapot vest aan naar haar werk. Beschamend. Anyway, want ik was helemaal niet van plan zo uit te wijden over mijn haperende anger management, met behulp van vakmanschap, een schroevendraaier en wat lijm zit de knop er inmiddels weer op. En in het vervolg moet ik mijn woede toch maar op een andere manier zien te uiten.

Ter inluiding van de laatste vrije dagen van onze vakantieweek gingen we vanavond een hapje eten. En wijn drinken. Daar hadden we echt wel zin in. Vantevoren wandelden we nog langs het stemlokaal. Want stemmen is een grondrecht en het is ronduit dom om daar geen gebruik van te maken. Vind ik. En morgen. Morgen! Dan gaan we een dagje naar Thermae 2000 in Valkenburg. Urenlang dobberen, drijven en bubbelen (in badkleding, want naakt bewaren wij preutseriken liever voor thuis), in elf minuten bruin bakken onder de zonnedouche en ons met hete stenen laten masseren. Als het ultieme vakantiegevoel daar nog niet van op ons neer daalt weet ik het echt niet meer...

03 juni 2009

Dokter Ting Ting

In het suffe stofnest dat de medische wereld heet, is hij een buitengewoon verfrissende verschijning. Altijd te laat maar beslist het wachten waard. Want áls hij er dan aankomt...

Zijn witte jas wappert woest om hem heen als hij op zijn blitse schoenen de trap afdendert. Alsof hij de trein moet halen, zo snel sprint hij naar beneden. Tot hij bijna beneden is. Dan remt hij abrupt af. Het laatste treetje neemt hij namelijk springend. Met de benen strak naast elkaar, de knieën recht. Vervolgens kijkt hij een moment triomfantelijk om zich heen en huppelt dan weer met gezwinde spoed naar de afsprakenbalie. Even later hoor ik mijn naam. We schudden handen, hij verontschuldigt zich voor de vertraging van een uur en in eendenpas rennen we over de lange gang naar een lege spreekkamer. Aldaar staat de computer steevast uit. Heel energiezuinig en reuze besparend en alles maar ook meteen de verklaring waarom zijn spreekuur immer uitloopt. Want voordat dat ding is aangezwengeld (en hij zijn inlogcodes bij elkaar heeft verzonnen), hebben wij ruimschoots de tijd gehad om bij te praten. Over alles. Gewoon ontspannen koetjes en kalfjes.

Vandaag passeerde Pinkpop de revue. Hij vroeg of ik Krezip had gezien. En The Ting Tings. Mijn gezicht stond al in de blijstand, maar na deze vraag kreeg ik mijn mondhoeken helemaal niet meer omlaag. The Ting Tings! Nou vraag ik je. Welke arts weet van het bestaan van dat duo?! Geweldig toch? Na een stief kwartiertje verscheen dan eindelijk mijn dossier op het beeldscherm en daar werden we beiden nóg blijer van. Want dat mijn pompje naar behoren functioneert vermoedde ik al. Vrijwel altijd goede uitslagen met vingerprikken, ze komen nooit meer boven de tien uit. Ik zou niet meer terug willen naar spuiten met de pen, ik zeer het. Maar dan is het toch fijn als dat ook uit de officiële bloeduitslagen blijkt. Vol ongeloof staarde ik naar het onbeduidende rijtje letters en cijfers voor me. Achter HbA1c stond 6.0. Terwijl het de vorige keer nog 7.6 was. YIEHAAAA!

Getweeën sprongen we op, hieven That's Not My Name aan en dansten uitgelaten de kamer door. Nee, da's natuurlijk niet helemaal waar. Maar het bloedprikken mocht ik wel echt overslaan. "Het is gewoon goed!" sprak hij tevreden. En zo is het.

02 juni 2009

Het leed dat vogels heet

Hoe het komt weet ik niet, maar elk voorjaar crasht er wel een vogel tegen ons slaapkamerraam. En dit jaar zelfs twee.
Een paar weken geleden dacht een jonge merel dat hij dwars door het dubbele glas heen kon. Een doffe knal en een vette vlek op het raam waren het resultaat. Het eerste half uur zat het onfortuinlijke hoopje veren verdwaasd voor zich uit te staren, daarna ging hij te voet op verkenning door onze tuin. Als een havik hield ik hem in de gaten. Hij hupste van de ligbedden naar het schuurtje en soms verstopte hij zich in de buxushaag. Op een bepaald moment was ik hem kwijt. Ik hoorde een hoop gerommel en gefladder in het schuurtje maar kon geen vogel ontwaren. Mijn ogen scanden de planken van het metalen opbergrek van boven naar beneden. Toen sloeg mijn hart over. Daar zat hij! Me recht aan te staren. Een luide gil ontsnapte uit mijn keel. Niet lang daarna spotte ik hem ineens op het dak van het schuurtje. Dat betekende dat hij nog gewoon kon vliegen, ondanks die dreun. Tevreden durfde ik hem te laten gaan. Het zou vast goed komen met mijn mereltje.

Afgelopen vrijdag was het opnieuw raak. Hetzelfde raam en een nieuwe vette vogelvlek als bewijs. Dit keer betrof het een jonge koolmees. En daar heb ik sowieso een slechte ervaring mee. Met knikkende knieën begaf ik me naar de pechvogel. Ook dit diertje zat stilletjes op de stenen en de eerste gedachte die bij me opkwam was dat deze het niet ging redden. "Het is de natuur zegt haar man," zoals Claudia het zo treffend bezingt. Ja ja. Maar ik zit er mooi mee!

Groot is dan ook mijn verbazing dat het wurm anno vandaag nog steeds leeft. Luid kwetterend hupst het bedreven door onze achtertuin, op zoek naar koolmeeslekkernijen om in leven te blijven. Vooralsnog behoorlijk succesvol, dus. Vliegen wil nog niet zo lukken en het is de vraag of dat er überhaupt nog van gaat komen. En hoe dat dan verder moet, in de liefde en zo. Want vleugellamme partners zijn vast niet in trek bij zijn of haar soortgenoten. Maar dat is voor later zorg. Zolang het beestje leeft leeft het. En pijn lijkt het niet te hebben. Het is zelfs een behoorlijk brutaal ding als je het mij vraagt! Want terwijl Sjoerd zich vanmiddag uit de naad werkte in de garage (opruimen met hoofdletters!) en ik een stroom verhuisbedrijfaccountmanagers te woord stond, besloot het nieuwsgierig aagje eens binnen in huis op onderzoek uit te gaan.

Ik had het hem ook wel heel makkelijk gemaakt, dat moet gezegd. De achterdeur stond wagenwijd open en ook de pui in het kantoor was helemaal open geschoven. Maar wie verwacht nou een naar binnen wandelende vogel? Vrijmoedig scharrelde hij via de keuken naar de woonkamer. Onder de kast door, over de kluwen stroomkabels, langs de stoelpoten, op een knuffel van Rover, onder de hoekbank. Toen was ik het loeder kwijt. Koortsachtig begon ik aan het logge gevaarte te schuiven. Enerzijds bang het gevederde diertje met een ferm rukje te vermorzelen, maar anderzijds dat het mormel mijn hele inboedel van schrik ging onderkakken. En de hulp komt pas over een week! "Je moet achter hem gaan lopen, dan drijf je hem vanzelf naar buiten!" deed Sjoerd vanuit de garage een duit in het zakje. Maar die verrekte vogel was compleet stuurloos. Onder hysterisch gefluit en driftig gewapper met de tvgids lukte het me uiteindelijk om de rekel heelhuids naar buiten te bonjouren.

Wat een avontuur weer. Maar het is een buitengewoon cool meesje, dat moet gezegd.

01 juni 2009

Vroeger heette dat scheurbuik

Haar futloze haar was het eerste teken. Normaliter zit er van nature behoorlijk wat kleutervolume in, maar vandaag hing het slapjes langs haar bleke snoetje. Met het uitgezakte speldje op half zeven. Vervolgens kwam de koorts. Ze voelde aan als een gloeiend straalkacheltje en nestelde zich knus in de bank. Eerst tegen de behaaglijke buste van haar moeder en daarna vleide ze zich genoeglijk tegen die van mij. Heerlijk meisje.

Haar broertje demonstreerde onderwijl de kikkersprong. Van je plons. Plons. Plok! En hij keilde zo met zijn voorhoofd op de marmeren vloer. Gillen dat hij deed! Het rap verschijnende ei was navenant. Nadat de tranen waren gedroogd zocht hij zijn heil op de schoot van Sjoerd. Samen lazen ze het Playmobilfoldertje en het beminnelijke ventje riep bij elk tafereel "Heb Ebbie ook!". Malle eppo, zo heet je helemaal niet.

Sinds dat ontzettende plasgedoe van Rover is hij op rantsoen. Twee maal daags een bodempje dieetbrokjes van de dierenarts. Daar moet hij het mee doen. Niet gezellig (want dat is eten in onze beleving) maar wel voor zijn eigen bestwil. Het moet voor het beest dan ook als een grote triomf hebben gevoeld toen hij tijdens de bbq een minihamburger wist te confisqueren. Het gemalen stuk vlees was zomaar van de bbqvork gegleden en pal voor zijn neus op het terras beland. Hap, slik, weg, nog voordat iemand actie had kunnen ondernemen. Nou ja, jammer dan. Vooral toen hij na een half uurtje stevig begon te kokhalzen. Als een in nood zijnde tijger zwalkte hij haast over zijn buik door de tuin. Dikke boeren ontsnapte uit zijn dichtgeknepen keel. Op sommige plekken liet hij kleine plasjes geel braaksel achter. Die bleken een opmaat te zijn naar de grande finale onder de tuintafel. Met een flinke golf gaf hij de ontfutselde hamburger en zijn eerder verorberde brokken terug aan de natuur. En daarna was alles weer goed.

Mijn eigen Sjoerd was de hekkensluiter in de rij stumperende stuntpiloten. Voor hem gold de bbq als de bekende druppel die de emmer deed overlopen. Na twee dagen geleefd te hebben op bekers red bull, broodjes bokworst en festivalfriet gaf zijn darmenstelsel er na de zalige saté de brui aan. Vroeger heette dat scheurbuik, ten onder gaan aan eenzijdig voer en te weinig vitamientjes. Net toen we ons afvroegen of hij nieuwe lectuur nodig had vervoegde hij zich weer bij ons. Met twee remmers van het Kruitvat in zijn mik reden we op de gok naar huis. Zouden we het zonder tussenstop redden?

Maar verder was het echt een hele leuke dag!

31 mei 2009

That's why everything's got to be love or death

Het was mijn leukste Pinkpop ooit, denk ik.
Wat mij betreft valt of staat zo'n evenement met het weer. Met kou en regen is er de helft minder aan. Maar gelukkig zat het met het aantal zonuren dit jaar wel snor! Ook lagen de geboekte bands behoorlijk in mijn (ons) straatje en liepen we vrijwel alleen maar leuke mensen tegen het onbekende lijf. Want met zo'n rolstoel heb je aan aanspraak geen gebrek. Vooral als je opstaat en wegloopt. Dan zijn de "het is een wonder!" en "ze loopt!" niet van de lucht. Bovendien denkt iedere guitige commentator dat hij origineel is en na een aantal uurtjes rondscharrelen komt je dat best de neus uit. Toen ik na de White Lies mijn overvolle blaas op een deugdelijke wc zat te legen, bleef Sjoerd getrouw bij de lege rolstoel staan. Zo'n kar laat je immers niet onbeheerd achter. Een of andere lolbroek porde Sjoerd in zijn zij en vroeg waar de inhoud zich bevond. Een antilope noemde 'ie me, geloof ik. Zuchtend hield mijn mantelzorger zijn betoog. Dat niet iedere aardappel in een karretje mank is en dat we dat ding niet voor de lol bij hebben. Leed trekt leed blijkbaar aan, want met in elke hand een beker bier bekende de grapjurk dat hij ook suiker had en showde trots zijn uit een broekzak opgediepte insulinespuit. En zo kwam het dat ik even later het wel en wee van mijn pomp met mijn nieuw verworven suikervriend stond te delen. Het kan verkeren.

Voor andere vreemden bleek mijn rijdende zetel weer andere gevoelens op te roepen. Namelijk erotische. Toen ik een klein moment hevig stond te swingen zeeg een rokende gast - die even daarvoor al smeekte of ik foto's van hem en zijn groepje wilde maken, waarop ik vroeg of zijn eigen rolletje soms vol was - neer in mijn wagentje. "In mijn troon op wielen wordt niet gerookt vriend!" sprak ik hem vermanend toe. Gewillig schoot hij de brandende peuk het gras op, daarmee het eerste vreugdevuur ontketenend. Net toen ik hem wilde uitleggen waarom, nam zijn vriendin (?) plaats op zijn schoot en ging hem uitgebreid zitten schootdansen. Het hete stel raakte verwikkeld in een ingewikkelde tongendans en het enige dat ik kon denken was "oh gatver, laat het geen vlekken geven..."














Maar de belangrijkste factor is misschien nog wel dat we op tijd zijn gestopt, op het hoogtepunt. In plaats van de volle drie dagen hebben wij het bij twee gehouden. De ervaring leert namelijk dat de sfeer op zaterdag en zondag veel relaxter is dan op maandag. Maandag is de drukste dag en daarmee stijgt het primatenniveau per volgestouwde vierkante meter aanzienlijk. Op die dag wemelt het van de ontblote bovenlijven en lallende, frisbee gooiende brullers. Of gewoon losgelaten lompe boeren, want dat zijn het. En daar passen wij inmiddels voor.

Tot slot mijn top vijf, omdat ik niet kan kiezen uit drie.
Op 1 The Killers (briljant), op 2 Keane (een meesterlijk cadeautje), op 3 White Lies (fabuleuze belofte), op 4 Krezip (verdiend afscheid) en op 5 Me First and the Gimme Gimmies (prettig opzwepend en altijd lekker *ieks* herkenbaar).
Of hoe ik in een opgewarmde, zweterige tent het kippenvel op mijn armen kreeg toen de eindregels van Death klonken.

30 mei 2009

Ultiem geluk

Geef me zon, Brandon Flowers van The Killers én een portie poffertjes en ik ben ultiem gelukkig!














Project Paleis #9

29 mei 2009

Ik ben geen winkel, zei ik nog

Mag ik, ondanks het prachtige weer en het vooruitzicht op een heerlijke week vakantie, even heel diep zuchten? *zucht*

Ten eerste voor mijn gemarktplaats. Dat schiet voor geen meter op. Met de verhuisfinish in zicht zijn we zo zoetjes aan op aan het ruimen. Marktplaats, kringloop, stort; dat is de hoofdindeling. Afgelopen maandag kwam een of andere besnorde kabouter een oude autoradio ophalen. Het geval deed het nog prima, met cd-speler, helemaal leuk. Voor het luttele bedrag van 15 euro kon hij nog best een ronde mee. Het ding bleek een hit want er werd geboden, gemaild en zelfs om elf uur 's avonds voor gebeld. Ik dacht dat ik ongeduldig was, maar sommige mensen kunnen blijkbaar niet slapen voordat ze weten of ze het marktplaatskoopje van de dag hebben gescoord. De kabouter was echter degene die het eerst kwam en dus mocht malen. Het obscure mannetje mat tot mijn neus en was gehuld een dikke wolk sigarettenrook. Altijd fris. Of hij de radio eerst even mocht proberen, want vorige week had hij er eentje gekocht en die bleek het bij thuiskomst niet te doen. Tuurljk, ik ben de beroerdste niet. Ook al had hij me gerust op mijn blauwe ogen kunnen vertrouwen, want ik verkoop geen rommel. Zoals verwacht begon het apparaat gelijk te spelen en blij viste de gnoom zijn beursje uit zijn kontzak. "Ik kan niet wisselen, ik ben geen winkel," zei ik nog. "Ja, ik ook niet. Ik heb alleen een briefje van twintig, een van tien en twaalf euro negentig aan kleingeld." Ter illustratie liet hij me een blik in zijn portemonne werpen. In plaats van te opperen dat hij me best twintig euro voor die prachtige, het waard zijnde radio kon geven, rolde ik met mijn ogen. En dacht bij mezelf dat hij dan niet zonet nog snel in zijn barrel naar de Lidl had moeten rijden. Om daar zijn laatste vijfje aan een pak merkloze shag uit te geven. "Geef me die twaalf euro-nog-wat maar!" sprak ik zuchtend. Ik wilde gewoon dat hij weg ging, met zijn eau-de-shag.

En gisteravond zou een deerne voor het slaapmatje komen. Een echte Nomad voor de bodemprijs van vijf euro. Maar we zagen noch hoorden niemand. Mijn mailtje of ze het soms niet had kunnen vinden gisteren, werd beantwoord met dat ze rond zeven uur meerdere keren tevergeefs op de bel had gedrukt maar niemand de deur open deed in Maastricht. Ja gek hè, als je daar niet moet zijn?!

Ik ben er onderhand klaar mee. Wat mij betreft schrappen we de categorie marktplaats en laten we alles ophalen door de jongens van de kringloop. Daar kun je tenminste van op aan.

Ten tweede voor mijn zonnebril. *zucht* De zonnebril-op-sterkte waar een vloek op lijkt te rusten. Al op 6 mei zocht ik hem uit maar ruim drie weken later staat hij nog steeds niet op mijn neus. Te fonkelen en te schitteren. Want het tutje dat me toen hielp bestelde onverhoopt de verkeerde glazen. Namelijk oranje in plaats van bruine. En aangezien we niet meer in sixties leven kon ik daar geen vrede mee hebben. Ik leek welhaast een Wuppie als ik hem op had. Daar was de eigenaar van de brillenzaak het gelukkig mee eens en hij beloofde het op te lossen. Mooi! Al die tijd niks meer van gehoord dus vandaag leek me een mooi moment om eens vrijblijvend binnen te lopen. Kijken hoe het ermee stond. Het tutje wist mijn naam nog en kwam even later aanlopen met een houten bakje in haar ene hand. Daarin lag mijn kekke zonnebril. Met de verkeerde glazen ernaast, een nieuw exemplaar erin en een afgebroken nieuw glas in haar andere hand. Ja oeps, foutje. Was met het slijpen gebeurd. Ze ging een nieuw glas bestellen en ik moest rekenen op een weekje. "Maar ik zal er spoed op zetten!" sprak ze zalvend. Wel ja, nog maar een weekje extra. En ik had nog wel zo gehoopt hem met Pinkpop te kunnen dragen. Opdat ik ook wat zou kunnen zien daar op het podium, en niet hoef te gissen naar bontgekleurde op en neer hupsende schimmen. Leider...

28 mei 2009

Haarkolder

Laatst viel mijn oog op een levensgroot - en daardoor niet te missen, al had ik het gewild - billboard van deze ronduit bespottelijke reclame:



Want wie oh wie kan mij vertellen hoe ze onderzocht hebben dat na het gebruik van de betreffende haarproducten maar liefst 86% minder gespleten haarpunten waarneembaar zijn? Hoe weet je dat? In mijn beleving alleen door te tellen. Ervoor en erna. Bij dezelfde persoon, anders krijg je geen eerlijk beeld. En sowieso bij meerdere mensen. Want de stelregel "één bv is geen bv" valt prima om te buigen naar dergelijke pseuodwetenschappelijke onderzoeken. En daarmee is voor mij bewezen dat deze wassen neus er eentje is van de hoogste orde. Omdat het simpelweg onmogelijk is om van een substantieel aantal testpersonen één voor één de hoofdharen te tellen. Voor gebruik van het wondermiddel en ook nog eens erna. En daar dan een percentage uit destilleren. Dat kan niet!

27 mei 2009

Alles voor de oudjes

Sinds een week of wat is mijn vader permanent op kamp. Zo lijkt het voor de thuisblijvers althans. En voor hemzelf misschien ook wel een beetje, als je buiten beschouwing laat dat hij over minder dan drie (3!!!) maanden naar een niet bijster vrolijk oord vertrekt. Hij is de hele week van huis en komt op vrijdagavond vol verhalen en met spectaculaire actiefoto's thuis. Er waren drie digitale camera's en een ticket Verweggistan voor nodig om zijn fotointeresse te triggeren (zowel zelf knippen als ook een ander vragen een plaatje van je te schieten met je eigen toestel) maar dan heb je ook wat. Het genot is van zijn gezicht af te lezen en dat maakt het voor mij toch wat minder erg. Alles voor mijn papsie.

Vandaag tikt mijn moesje de 56 aan en dat laten we natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan. Een luisterrijk cadeau met een strik eromheen (uiteraard ultra professioneel ingepakt) en een dinertje met het gezin op een fraaie locatie vallen haar vanavond ten deel. Absoluut vermeldenswaardig is dat het Sjoerd's idee was om een gelegenheid te zoeken die ongeveer in het midden ligt tussen waar mijn vader op het moment bivakkeert en de dorpjes waar wij wonen. En ik geloof dat mijn moeder dát nog het mooiste cadeau vindt. Alles voor mijn mamsie.

26 mei 2009

Gluurbuur

Elke morgen is een van de eerste dingen die ik doe de computer aanzwengelen. Vervolgens nuttig ik mijn ontbijt achter de krant en daarna ga ik in de weer met mijn sprayspullen. De Colistin mengen, het cupje in elkaar zetten en inpluggen. Op kantoor, achter de comp. En dankzij een heleboel fijne blogs (en soms ook wel irritante maar die moet ik om onnavolgbare redenen dan toch lezen) in mijn alsmaar groeiende blogroll kom ik mijn spraytijd prima door.

Er is echter iets waar ik me over blijf verbazen. En dat is het reageergedrag op sommige blogs. Er zijn mensen die dag in dag uit, met een nimmer aflatend enthousiasme, op ieder neergetikt stukje tekst reageren. Het maakt niet uit waar het betreffende blogje over gaat, er zijn altijd wel lezers (meestal -essen en vaak dezelfde) die daar iets (on)zinnigs op te zeggen hebben.

En dat verwondert mij. Ik vind het zelfs knap. Want ik heb dat niet. Die behoefte om overal mijn mening, ervaring of grapje achter te laten, als een soort digitale stempel, ken ik niet. Zelfs niet als daar op sommige blogs expliciet om gevraagd wordt. Wat boeit jou mijn mening nou? Dat is wat ik al snel denk. Je kent me niet eens!

Echter, helemaal nooit reageren doe ik zelden. Want op sommige stukjes tekst heb ik wel degelijk commentaar. Als ze geestig geschreven zijn bijvoorbeeld, of de woorden me hebben geraakt. Ja zelfs als het, oh horror, her-ken-baar is! :-) En bovendien helpt het om dat klandestine gluurgevoel wat lurken soms met zich meebrengt iets te temperen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik vind het hartstikke leuk om reacties van lezers te krijgen. En als iemand wil ontlurken, prima! Ga gerust je gang. Maar ik ga er niet om vragen. Ook niet door krampachtig op elk blog dat ik volg met woorden (en mijn eigen webadres) te wapperen, in de hoop reacties op dat van mezelf te ontlokken. Zo ben ik gewoon niet.

Dus. Ik lees je naar alle waarschijnlijkheid wel en ik kom er eerlijk voor uit dat ik het meestal stiekem doe! Ik ben Irène en ik gluur.

25 mei 2009

Project Paleis #8

Nu de buitenkant van ons huis klaar is zien we niet meer automatisch elke week of er vooruitgang is geboekt. Daarvoor moet je tegenwoordig binnen zijn. That is where it all happens! En er happent een hoop, kan ik je melden. Dat weet ik omdat ik de laatste tijd meerdere keren per week naar ons huis kan. Ga. 's Avonds, als de bouwvakkers weg zijn en de bouwput er verlaten bij ligt, scharrel ik op mijn zomerschoentjes over de stoffige, ongelijke zandgrond naar de casa en waan me alvast inwonend.

Ik geniet van de afwerk werkzaamheden die zienderogen opschieten.
Zo zijn de binnenmuren al een poosje wit afgewerkt en steken de blauwe wandcontactdozen lekker fel af tegen de strakke wanden. In de keuken steken ter hoogte van het spoeleiland de waterleidingen gracieus uit de vloer omhoog en staat met verbazingwekkend duidelijk handschrift op de muur geschreven waar de diverese aansluitingen voor de kookapparatuur moeten worden geplaatst. Verder zijn binnen en buiten de vensterbanken geplaatst en zijn alle ramen voorzien van glas. Ook de meterkast is al goed gevuld met van die gele pvcbuizen en een keur aan kleurig draadwerk. Sinds vorige week beschikken we over een echte garagepoort en vanavond werden we verblijd met dichtgestreken plafondnaden en de eerste beginselen van de wc's. Boven én beneden een doos, eindelijk kunnen we simultaanschijten!

In week 24 staan de werkzaamheden voor de nutsvoorzieningen gepland. In mijn optiek kan het dan écht niet lang meer duren... Ik gok/ hoop/ wens op week 27 voor de oplevering!

Oh ja, en ons huisnummer is gewijzigd. Toen ik vorig najaar contact had met de gemeente werd ons nummer 18 toebedeeld. Dat vond ik gezien de volgorde van de nummering aan de overkant van de straat een beetje vreemd. Maar wie ben ik om aan het ambtelijk apparaat te twijfelen? Toch bleek ik niet de enige met reserveringen. Ook de keukenfirma krabde zich eens flink achter de oren toen bleek dat kavelnummer, type huis en beoogd huisnummer niet overeen kwamen. Een nieuw belletje naar de gemeente bevestigde onze vermoedens. Niet 18 maar 2 wordt het nummer van ons huis. Foutje van de aannemer. Die had de tekening in spiegelbeeld aan de gemeente gegeven. Gelukkig hebben we nog geen karrevracht verhuiskaarten besteld!

Mail van Sjoerd

24 mei 2009

Even bijbuurten hoor

Ik ben ook een tutje hè? Afnokken zonder iets te zeggen en dan ook nog tien dagen wegblijven. Niet eens op vakantie maar wel degelijk met een bijzonder aangenaam vakantiegevoel! Daar zijn al die opgebroken en doormidden geknipte meiweken debet aan hoor. Daar raakt mijn gestructureerde weeksysteem danig van van het padje. Zeker als Sjoerd dan ook nog vrij heeft en mij op doordeweekse dagen vergezelt met louter leuke dingen doen. Het voelde net niet als spijbelen.

Weg zijn we niet geweest, als in op vakantie, al dan niet naar het buitenland. Het was rundumhausen und hintergarten waar we verpoosden. Nou vooruit, ik ben een dagje naar Hasselt geweest, samen met schoonzus. Waar zij hardnekkig, en op het laatst zelfs licht obsessief, zocht en ik moeiteloos vond. Zul je altijd zien. Blijmoedig constateerde ik dat ik mijn metwieikhetliefstwinkel top vier definitief kon vaststellen. Met mezelf, met Sjoerd, met vriendin M. en met schoonzus L. In wisselende volgorde, al naar gelang met wie ik op stroopjacht ben. Want eigenlijk vind ik alles leuk. Ik ben zo makkelijk. Opmerkelijk is wel dat L. en ik dezelfde strategie naleven. Doorlopen, kilometers maken en tempo houden. Niet te veel tijd verdoen met eten en drinken op een terrasje hier of daar en de plas zo lang mogelijk ophouden. Dan stinkt het maar, als er tussen twee plasbeurten in acht uren zitten. Qualitytime is kostbaar! En cheesy winkeltjes in schieten. Daar hebben we beiden hobby aan.

Voorts vierden we de 85ste verjaardag van Sjoerd's oma en de eerste heilige communie van Fleur. En vandaag gewoon het leven, samen met - wederom - Sjoerd's zus en haar lover. Op een terras in Maastricht, met zon, spijs en drank (want de winkels waren toch dicht). Alwaar Sjoerd zijn zus, na enig aandringen van mij, eindelijk vroeg als zijn getuige op onze bruiloft. Dat vrouwen dit soort dingen significant anders beleven dan mannen bleek wel uit haar reactie. Zij vroeg zich namelijk al een poosje af wanneer dé vraag toch zou komen, maar begon naar mate de tijd verstreek ook een beetje te twijfelen. Hij zou haar toch niet bedriegen met een ander?

En tot slot won ik vandaag ook nog een prijs! Een heuse blog award. Gekregen van Madelief, omdat ze mijn weblog leuk vindt en het belangrijk vindt dat CF in de aandacht blijft komen. Hartstikke lief van Madelief! En met deze veer in mijn digitale reet was ik op slag gemotiveerd om de schrijfdraad weer op te pakken! :-)

19 mei 2009

Wat gruist er door het blaasgewas?

Volgens afspraak meldde ik mij vandaag opnieuw met een potje hondenplas in de dierenartsenpraktijk. Om te zien of de antibioticumkuur afdoende zijn werk had gedaan en Rover officieel beter kon worden verklaard. In mijn beleving was Rover al snel weer zijn oude vertrouwde zelf, getuige het rap herstelde plaspatroon en zijn niet bijzonder letharigsche gedrag. In elk geval niet lethargischer dan anders. De helder gele vloeistof in het aanstonds tweede weg te gooien tupperware bakje bevestigde dat vermoeden.

Toch riep de dierenarts me binnen in zijn spreekkamer, nadat hij de over een glazen plaatje uitgesmeerde urine uitgebreid onder de microscoop had bestudeerd. Het goede nieuws was dat de ontsteking weg was. Het pillenkuurtje was dus succesvol geweest. Maar in vergelijking met vorige week wemelde het in zijn plas, en dus in zijn blaas, van de kristallen. Blaasgruis. Ach en wee. Want dat blaasgruis gedraagt zich als haarscherpe scheermesjes die de binnenkant van de blaas genadeloos te grazen nemen. En op die manier nieuwe ontstekingen veroorzaken. Ander voer zou de truc moeten zijn. Over zes weken kan ik een derde tupperware bakje inzetten om des honds plas aan een microscopische inspectie te laten onderwerpen. Alles voor het manneke.

15 mei 2009

Meet & Greet

Ik had natuurlijk een heel kletsverhaal op kunnen hangen over hoe ik de Meet & Greet tot stand had gebracht. Dat ik een fantastisch feest had georganiseerd met zo'n tweehonderd acteurs die figureerden op een heuse neptrouwerij voorzien van alle denkbare toeters en bellen. En dat ik dan tussen het feestgehos van de polonaise en de vogeltjesdans voor het eerst een echte, trouwe webloglezeres de hand zou schudden. Of zij die van mij, maar dat klinkt ook weer zo nuffig. Net als dit wollige hersenspinsel eigenlijk.

Dus, het was gewoon op de bruiloft van mijn lieve vriendin A. - die er adembenemend mooi uitzag als niet tuttige, stoere maar toch heel vrouwelijke bruid! - dat ik haar schoonzus ontmoette. N., die vroeger een vriendin verloor aan CF en daardoor een bovenmatige interesse heeft ontwikkeld in het lief en leed van een van de vriendinnen van haar nieuwbakken schoonzus. Hartstikke leuk!

Uiteraard kreeg Sjoerd de camera in de hand geduwd om het geheel op de gevoelige plaat vast te leggen. Bij thuiskomst zag ik echter dat ik wel nog wat meer mag oefenen op mijn poseerhouding met bijpassende tandpastasmile. Want vooralsnog vind ik mijn fotografische bijdrage nogal teleurstellend... Of had ik gewoon meer relaxende wijn moeten drinken? Want ik stond naturlijk zo gespannen als een boog, dat moge duidelijk zijn! :-)

14 mei 2009

Huwelijkse voorbereidingen #3

Tot vandaag leek het nog zo onbereikbaar ver weg allemaal, dat ik het haast gênant vond om er al veelvuldig en diepzinnig over na te denken. Tot op detailniveau weet je wel. Over overdadige taartjurken met veel kant, pof, strik en tule. Of weelderige haardrachten met kilometers sluier en meer van dat soort relevante zaken. Immers, ik wil er niet bijlopen als een verlopen Mary Borsatokloon, straks. Met een oogverblindend angstaanjagend Magda (uit There's Something About Mary)-cleavage. Omdat ik de weken ervoor elke dag net vijf minuten te lang onder het zonnekanon heb gelegen. En mijn diep uitgesneden, voorheen benijdenswaardige, decolleté er nu bijligt als een verlepte, cognackleurige gelooid lederen tas. Bijvoorbeeld. Oh horror!

Maar vanaf vandaag kunnen we (al zal het er in de praktijk meer op neerkomen 'kan ik') af gaan tellen. Want over precies één jaar gaan we trouwen! En ik durf er geen geld om te verwedden wie contenter is met het gegeven dat Missie Trouwjurk daarmee al dichterbij komt. Mijn schoonmoeder, moeder of ik. Sjoerd's moeder is sinds de aankondiging al tegen minstens zes potentiële pakjes aangelopen. Inclusief bijpassend hoofddeksel. Maar ja, allemaal geschikt voor nu. En over een jaar dus hopeloos uit de mode. Dat van dat hoofddeksel was overigens mijn idee. Het lijkt me namelijk fan-tas-tisch als de vrouwelijke (overdag)gasten een hoed dragen. Zo feestelijk! Zeker in combinatie met de sublieme locatie. Als perfectionistische controle freak hou ik van details, dat moge duidelijk zijn.

Mijn moeder liet zich onlangs ontvallen dat ik mijn haar wat haar betreft niet weer langer hoef te laten groeien. Waar ikzelf visioenen had over weelderig opgestoken lokken met kunstig erin verwerkte dingen (bloempjes of zo, weet ik veel, ik heb nog nooit een bruidskapsel gehad), prikte zij mijn zeepbel hardhandig door door op mijn gedropte ideetje (want meer was het nog niet) een gezicht te trekken. Dat boekdelen sprak. Zij is zo mogelijk nog blijer met mijn huidige bob dan ik. En al haat ik het om te moeten zeggen, ik ben bang dat ze gelijk heeft. Mijn fantasieloze peemele lenen zich nou eenmaal niet voor lengte. En om nou een jaar lang voor aap te lopen om die ene dag met een helm van haarlak op de foto te gaan? Nee dank je. De bob mag blijven en wat voor creatiefs we er tegen die tijd mee doen zien we dan wel. Misschien combineert een boblijn wel heel leuk met een hoed?

13 mei 2009

Hij wordt oud, onze frivole framboos

Vanaf mijn plekje op mijn verende bureaustoel heb ik een prima uitzicht. Als ik recht voor me uitkijk zie ik het beeldscherm. En als ik mijn oogopslag zo'n tien centimeter naar boven verplaats kijk ik - door een waas van lichte gordijnstof - vol onze patiotuin in. Prachtig! De merels vliegen af en aan met allerlei troepjes in hun snavels. Zonder bril kan ik niet zien of het nestbouwmateriaal is of dat ze al voer aan het verzamelen zijn voor de uitgekomen inhoud van het nest. Met bril kan ik het denk ik ook niet zien. Toch kan ik er uren naar kijken. Net als naar Rover, die op z'n dooie akkertje over het gras banjert. En hier eens een plasje doet. En daar. En nog één. En dan nóg één. Verwonderd sla ik hem gade. Voor zo'n klein hondje moet hij wel erg vaak plassen. En zoveel heeft hij tot nu toe ook weer niet gedronken. Zou er vannacht soms een kat op bezoek zijn geweest en meent Rover nu dat hij al die plekjes moet markeren met drie drupjes urine? Het is immers zijn terrein.

Ik besluit mijn bureaustoel te verruilen voor een ligbedje op het terras. Ik wil wel eens van dichtbij zien waarom Rover het zo druk heeft, daar op het gras. Het lijdend voorwerp snuffelt intussen gedreven verder. Dat op zich is ook vreemd. Want normaal gesproken rent hij meteen naar me toe als ik eraan kom. Vanaf het zonnebed bestudeer ik mijn oogappel. Hé, wat zie ik nou, als hij alwéér in gehurkte stand op het gras zit? Er ziet iets roods onder aan zijn piemeltje. Zou het zijn uitgeschoven potlood zijn omdat hij last heeft van lentekriebels? Of is het nou bloed wat ik zie?

Toevalligerwijs kunnen we om drie uur bij de dierenarts terecht. Met in mijn ene hand Rover's riem en in de andere een tupperwarebakje gevuld met een kleine hoeveelheid troebele hondenplas betreden we de dierenkliniek. Het is er niet druk en een van de assistentes gaat gelijk aan de slag met het bakje plas. Direct daarna worden we ontboden in de spreekkamer van een jonge arts. Ze hoort mijn verhaal aan, tikt wat op een computer en neemt dan haar dokterslampje ter hand. Als Rover na enig tegenstribbelen op de behandeltafel staat, merkt ze direct op dat hij staar heeft. Staar? Dat is toch iets voor oude honden? Oh ja, hij is ook al best oud. Het gemier met dat lampje in zijn oren vindt hij helemaal niks. Het luisteren naar zijn hart staat hij met moeite toe. Maar als de arts hem een thermometer in zijn bips wil steken gaat hij door het lint. Hij kermt tot zijn oogwit rood ziet. Het noodzakelijke prostaatonderzoek lijkt hiermee een onneembare veste. Rover mag even bijkomen als de arts zijn urinepreparaat onder de microscoop bekijkt. Daar is, als verwacht, een hoop gespuis in te ontdekken. Heel wat ontstekingscellen en mogelijk ook wat gruis. We besluiten over te gaan tot het nemen van een röntgenfoto. Daarmee is in één oogopslag te zien of er daadwerkelijk gruis in zijn blaas zit en hoe zijn prostaat erbij ligt. Het maken van zo'n foto is volkomen pijnloos. Maar probeer dat maar eens aan een hond met buitensporig gevoel voor drama over te brengen. Waar meneer in de thuissituatie de halve dag heerlijk op zijn zij ligt te slapen, moet er nu luidkeels worden gejammerd. Hij gedraagt zich alsof hij naar het slachthuis gaat, als we hem met drie vrouw sterk op zijn zij proberen te krijgen. Met zo'n zware loodjas aan en gladde rubberen handschoenen.

Gelukkig brengt de foto goed nieuws. Zijn blaas is gruisvrij en de prostaat lijkt niet vergroot. Daarmee is de eindconclusie een ordinaire blaasontsteking. Die met een antibioticumkuurtje, veel drinken en nog meer liefde en zorg vanzelf overgaat. Als het goed is. Een oorzaak is er niet direct voor te vinden. Zulks komt nou eenmaal voor bij oudere honden. Onze Sponge Dog. Officieel echt niet meer de jongste. Au.
Bij de balie krijg ik het doosje pillen overhandigd, en de rekening. Mijn bankpas wandelt als vanzelf mijn portemonnee uit zodra hij het pinapparaat heeft geroken. Geconditioneerd stuk vreten. Ruim honderd euro kostte dit uurtje gezeik. Met liefde reken ik het af. Want de mensen naast me komen voor zeventien vijftig hun dode hond afleveren. Au in het kwadraat.